Bohn Stafleu van Loghum

  • Voor het stellen van een juiste diagnose is een goede differentiële diagnose gebaseerd op anamnestische gegevens en bevindingen bij lichamelijk onderzoek essentieel. Daarbij is een consequente en systematische benadering noodzakelijk. Dit boek heeft zich vanaf de eerste druk, nu twintig jaar geleden, bewezen als een waardevol hulpmiddel bij dit proces.In deze herziene editie komen opnieuw alle aspecten van de interne geneeskunde aan bod. Veel hoofdstukken zijn herschreven door nieuwe auteurs. Nieuw is dat aan de lever een apart hoofdstuk is gewijd; hetzelfde geldt voor somatisch onverklaarde klachten. Zoveel als mogelijk is gebruik gemaakt van recente richtlijnen en standaarden.In eerdere edities werden het handboek en het compendium apart uitgegeven. In deze vijfde herziene editie is ervoor gekozen tabellen en figuren alleen in het compendium aan te bieden en niet meer in het handboek op te nemen. Zo zijn de beide boeken slechts tezamen te gebruiken en complementair aan elkaar.Differentiële diagnostiek in de interne geneeskunde is bedoeld voor huisartsen, internisten, studenten die co-assistentschappen lopen en voor arts-assistenten in opleiding tot internist of een aanverwant specialisme.

  • ADHD wordt vaak geassocieerd met een stoornis die alleen bij kinderen voorkomt, en met name het drukke gedrag wordt als typerend gezien. ADHD komt echter bij 1-2 % van de volwassenen in de algemene bevolking voor. Dat betekent dat er in een gemiddelde huisartsenpraktijk van 2400 patienten minimaal 24-48 volwassen patienten met ADHD zullen zijn. Vaak staan kenmerken als vergeetachtigheid, interne onrust, chaotisch denken en snel afgeleid zijn bij volwassenen meer op de voorgrond dan hyperactiviteit. De huisarts speelt een cruciale rol bij het vroegtijdig signaleren en het doorverwijzen naar gespecialiseerde zorg. Na het lezen van Een patient met ADHD zal de huisarts meer kennis hebben over de kenmerken, oorzaken en gevolgen van ADHD bij volwassenen. Daarnaast komen farmacotherapie en psychologische behandelvormen aan bod, evenals praktische adviezen die aan de patient kunnen worden meegegeven. De reeks Een patiënt met is ontwikkeld om huisartsen te informeren over patiënten met een psychische stoornis of klacht. Een stoornis kan de omgang met de patiënt of de behandeling van een andere aandoening immers sterk beïnvloeden. Psychische stoornissen komen binnen de huisartspraktijk veel voor, maar wat kun je er als huisarts zelf mee? Deze boekenreeks geeft de huisarts handvatten om adequate hulp te kunnen verlenen en patiënten de weg te wijzen naar zelfhulp of gespecialiseerde behandeling.

  • Dit boek biedt een vrijwel compleet overzicht van de actuele kennis op het gebied van bekkeninstabiliteit: rug- en bekkenklachten die tijdens de zwangerschap of de bevalling kunnen ontstaan. In heldere bewoordingen lees je: wat bekkeninstabiliteit precies is, waardoor je het kunt krijgen, welke klachten zich hierbij voordoen, wat je er zelf aan kunt doen (handigheidjes en hulpmiddelen), wanneer het verstandig is om naar een deskundige te gaan.Daarnaast schenkt dit boek aandacht aan oefentherapieën en alternatieve geneeswijzen. Maar ook niet-medische aspecten, zoals arbeidsongeschiktheid en de wet- en regelgeving, komen aan de orde. Het boek wordt afgesloten met een overzicht van vaak gestelde vragen, een woordenlijst en websites die je kunt raadplegen als je meer specifieke informatie wilt.

  • Dit boek richt zich op de behandeling van ernstig getraumatiseerde mensen, zoals oorlogsgetroffenen, vluchtelingen en asielzoekers, veteranen, mensen met ernstige beroepsgerelateerde traumatisering (zoals brandweerpersoneel, politiepersoneel, treinpersoneel) en personen met problematiek ten gevolge van vroegkinderlijke traumatisering. Voor het eerst wordt de toepassing van concrete behandelmethoden voor complex trauma beschreven. De auteurs passen daarbij CGT-methodieken toe. Het driefasenmodel (stabilisatie, verwerking, integratie) dient als aanknopingspunt. De specifieke kenmerken en behoeften van verschillende cliëntengroepen waarbij complex trauma voorkomt, komen aan bod. Ten slote beschrijven de auteurs de gevolgen van het werken met complex trauma voor de behandelaar.

  • Een kwart van alle Nederlanders heeft minstens één dag per week last van hoofdpijn; ruim een half miljoen mensen lijdt zelfs dagelijks aan hoofdpijn. Chronische hoofdpijnen zowel spanningshoofdpijn als migraine verminderen de kwaliteit van leven aanzienlijk. De pijn heeft een grote impact op vrijwel alle aspecten van je dagelijkse leven en belemmert je in je werk en sociale activiteiten. Dit gaat vaak gepaard met emotionele problemen, waardoor ook de naaste omgeving onder de kwaal gebukt gaat. Kortom: lijden aan chronische hoofdpijn zet je leven op zijn kop. Leven met chronische hoofdpijn laat zien dat aan de basis van chronische hoofdpijn een lichamelijke overgevoeligheid ligt. Het lichaam kan door een scala aan factoren zodanig worden geprikkeld dat de hoofdpijn wordt uitgelokt of in stand wordt gehouden. Dit boek helpt je te ontdekken welke factoren bij jou een rol spelen en geeft je 'gereedschap' om er anders mee om te gaan. Hierdoor is het mogelijk de hoofdpijn aanzienlijk terug te brengen. Een bijgeleverde cd met ontspanningsoefeningen maakt het nog gemakkelijker om zelf aan de slag te gaan. Leven met chronische hoofdpijn verschijnt in de reeks Van A tot ggZ. Kijk voor meer informatie op www.a-ggz.nl.

  • Het is een bekend gegeven dat artsen het gemakkelijkst leren en onthouden aan de van patiëntencasussen. De "Casuïstiek in de dermatologie"-serie, waarvan dit het tweede deel is, sluit hier naadloos op aan. In het boek worden 110 ziektegeschiedenissen gepresenteerd. Aan de hand van één of twee afbeeldingen van een huidaandoening, aangevuld met relevante informatie uit anamnese en lichamelijk onderzoek, wordt de lezer gevraagd een diagnose te stellen. Daarnaast kan zij of hij door het beantwoorden van vragen over oorzaak, beloop, epidemiologie, differentiële diagnose, laboratoriumonderzoek etc. voor zichzelf duidelijk krijgen of de kennis over dat ziektebeeld voldoende is om te herkennen en patiënten op de juiste manier te begeleiden.Dit boek nodigt bij uitstek uit om in een ( al dan niet verloren) 5-10 minuten een casus ter hand te nemen. Daarnaast is het ook zeer geschikt als naslagwerk, omdat belangrijke gegevens voor de praktijk in de antwoorden verwerkt zijn en meestal gedetailleerder zijn dan in de bekende dermatologie handboeken.Dat de formule van de "Casuistiek in de dermatologie"-serie gewaardeerd wordt, blijkt uit het succes van Deel 1, met een lovende boekbespreking in Huisarts & Wetenschap in 2010 en de enthousiaste reacties op de hierop gebaseerde nascholingsbijeenkomsten.

  • Zelfbeschadiging is een thema waarop lang een taboe heeft gerust. Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor: er wordt beter naar cliënten geluisterd en er wordt onderzoek gedaan naar behandelmethodes en richtlijnen. Het doel van dit boek is het thema nadrukkelijk aandacht te geven in plaats van het te negeren of te bagatelliseren. Het zelfbeschadigende en suïcidale gedrag wordt als uitgangspunt genomen, niet de onderliggende problematiek. De auteurs laten onder andere zien in welke vormen het zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag voorkomt, welke oorzaken of functies het heeft, welke problemen samenhangen met het gedrag, wat het betekent voor anderen en welke vormen van therapie er zijn. Ook besteden ze aandacht aan wat cliënten zelf kunnen doen en hoe ze met lotgenoten in contact kunnen komen. 'Omgaan met zelfbeschadiging en suïcide' verschijnt in de reeks Van A tot ggZ. Kijk voor meer informatie op www.a-ggz.nl.

  • Pittige jaren

    N.C.

    Jengelen, niet luisteren en boze buien horen bij jonge kinderen. Maar als uw 3-jarige dochtertje niet ophoudt met krijsen omdat zij geen tv meer mag kijken, wat is dan verstandig om te doen? Hoe te reageren als uw 5-jarig zoontje zijn jongere zusje een duw heeft gegeven, nadat ze zijn speelgoed heeft afgepakt? En als u uw zoontje naar de gang stuurt omdat hij zijn zusje heeft geslagen, maar hij komt steeds de woonkamer weer in, wat moet u dan? Wat kunt u doen als uw kind zich misdraagt in de supermarkt? Hoe kunnen kinderen geholpen worden beter met boosheid om te gaan? En hoe kunnen ouders de sociale vaardigheden van hun kinderen helpen vergroten in het samenspelen met andere kinderen?In Pittige jaren geeft Carolyn Webster-Stratton antwoord op deze vragen. Het zijn inderdaad pittige jaren, de tijd waarin ouders kinderen in de leeftijd van 2 tot 8 jaar opvoeden. Pittig in de zin van soms zwaar en heftig, maar ook in de zin van levendig, vol met voorvallen waar ouders later met vertedering op terugkijken, of hartelijk om kunnen lachen, Bij het bespreken van de problemen maakt klinisch psycholoog Carolyn Webster-Stratton gebruik van meer dan 25 jaar ervaring in het werken met ouders van jonge kinderen. Zij geeft niet alleen oplossingen, maar licht ook op een heel praktische manier de achtergrond toe van de gewenste aanpak.Pittige jaren is geschreven vanuit de unieke combinatie van een rijke praktijkervaring met een grondige kennis van de wetenschappelijke achtergrond van opvoeden. Voor menig ouder zal dit boek een veilige en wijze gids zijn bij het oplossen van opvoedingsproblemen.Ouders over Pittige jaren:
    "Hij is rustiger, liever en denkt nu ook aan anderen. Maar het komt niet vanzelf, je moet er wel iets voor doen"
    "Een praktische manier om als opvoeders samen aan de slag te gaan."
    "Elke dag spelen met je kind maakt een wereld van verschil: het zorgt voor een stevige basis en vertrouwen in elkaar."

  • Beroepskrachten hebben steeds vaker te maken met kinderen en jongeren van gescheiden ouders. Dan komt het erop aan adequaat te reageren op de problemen van deze kinderen en hun ouders. Eenvoudig is dat niet, maar gewapend met de kennis en inzichten uit dit boek, zal de professional beter voorbereid zijn. Dat is belangrijk want:Jaarlijks worden meer dan zeventigduizend kinderen en jongeren geconfronteerd met de scheiding van hun ouders.Gemiddeld hebben deze kinderen en jongeren twee keer zo veel problemen als kinderen uit intacte gezinnen.Vooral een scheiding met veel conflicten, een vechtscheiding, hakt er bij kinderen in en kan veel sporen nalaten.Deze geheel herziene en geactualiseerde tweede druk van Handboek scheiden en de kinderen presenteert de actuele stand van zaken van het (inter)nationale wetenschappelijk onderzoek naar kinderen en scheiding.Belangrijke nieuwe informatie heeft te maken met:de effecten van de wet van 2009;nieuwe resultaten uit 2013 van het langjarig onderzoek Scholieren & Gezinnen;de ontwikkeling van een scheidingsrichtlijn voor de jeugdzorg;bijzondere initiatieven in jeugdzorg en rechtspraak;vechtscheidingen en familiedrama's.De informatie is geordend in thema's als maatschappij, opvoeding, ernstige problemen, wetgeving en ondersteunende maatregelen. Praktische kennis staat centraal. Deze is te vinden in praktijkgevallen, tips en adviezen en beschrijvingen van werkwijzen en programma's. Wetenschappelijke gegevens worden vertaald naar de dagelijkse situatie.

  • Dit boek laat zien wat het lichaam van een patiënt de psychotherapeut in klinische situaties kan vertellen. Het helpt om lichaamstaal te leren zien en te interpreteren, om beter te begrijpen wat patiënten je vertellen. Aan de hand van filosofische, intersubjectieve en neurobiologische theorieën legt het uit waar je op kunt letten, en beschrijft het specifieke lichaamsgerichte interventies. Het boek is bedoeld voor psychiaters, psychologen en psychotherapeuten, maar is ook geschikt voor de geïnteresseerde leek.

    Het lichaam in psychotherapie begint met een korte inleiding in de gedachten over lichaam en geest in de psychiatrie en de filosofie. Vervolgens behandelt het in verschillende hoofdstukken onder meer de geschiedenis van het lichaam in de psychotherapie, de functie van de beide hersenhelften, de huidgrens en de effecten van sociale aanraking. Daarna volgen hoofdstukken over neuroceptie, interoceptie en ons lichaam in relatie met anderen. De laatste hoofdstukken gaan over de klinische praktijk van het niet-ervaren lichaam, verhalen van patiënten die in verwarring zijn over hun lichaam, en de lichamelijke respons van de psychotherapeut in de somatische resonantie en de tegenoverdracht.

     

  • Dit boek biedt een overzicht van de verschillende verwerkingstechnieken bij de behandeling van psychotrauma in de ggz. Trauma en verwerkingstechnieken - Indicatiestelling bij traumabehandeling in de ggz bespreekt de  indicatiegebieden van de verschillende technieken en hun voor- en nadelen, zodat een behandelaar een meer beredeneerde keuze voor een techniek kan maken. Het uitgangspunt van de indicatiestelling is dat geen enkele verwerkingstechniek op alle punten beter is dan de andere verwerkingstechnieken.
    De inleidende hoofdstukken van Trauma en verwerkingstechnieken beschrijven hoe een goede traumabehandeling kan worden opgezet. Alle bekende evidence based en practice based behandeltechnieken worden kort benoemd. Vervolgens worden in drie afzonderlijke hoofdstukken de `grote drie' verwerkingstechnieken uitgebreid besproken: Imaginaire Exposure, EMDR en Imaginaire Rescripting. Met behulp van casuïstiek worden de specifieke toepassingen van de genoemde verwerkingstechnieken geïllustreerd. 
    Dit boek is bedoeld voor psychologen, psychiaters en andere professionals in de ggz, die mensen met traumaproblematiek behandelen. 

  • Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

  • Dit handboek biedt een overzicht van diverse slaapstoornissen, de diagnostiek en behandeling daarvan en hun relatie tot de psychiatrie en gebruik van psychofarmaca. 
    Gezonde slaap is essentieel voor het functioneren van de hersenen. Slecht slapen is voorspellend voor het ontstaan van psychische klachten, voor de mate van remissie en het risico op terugval. Slaapstoornissen komen frequent voor bij vrijwel alle psychiatrische stoornissen en vormen één van de belangrijkste transdiagnostische symptomen.
    Slaapstoornissen in de psychiatrie gaat per psychiatrische aandoening uitvoerig in op de wisselwerking tussen psychiatrie en slaapstoornissen, waarbij epidemiologie, pathofysiologie en specifieke behandelmogelijkheden aan bod komen. Tot slot wordt aanvullend aandacht besteed aan zowel medicamenteuze en niet-medicamenteuze behandeling en aan enkele specifieke doelgroepen. Het boek geeft een verdiepend kader aan deze diagnose-overstijgende problemen, waarbij de theoretische achtergrond wordt geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. 
    Dit boek is bedoeld voor clinici, zoals psychiaters, psychologen, (huis)artsen en andere specialisten in de GGZ die zich willen verdiepen in de veelvuldig gemelde slaapproblemen bij mensen met een psychiatrische aandoening.
    Het boek staat onder redactie van prof. dr. Marike Lancel, drs. Maaike van Veen en dr. Jeanine Kamphuis, allen verbonden aan het Expertisecentrum Slaap en Psychiatrie, GGZ Drenthe.

  • Dit boek helpt mensen met een heup- of knieprothese gezond en fit ouder te worden. In eerste instantie door lichamelijke revalidatie en fysieke inspanning, maar ook bijvoorbeeld door de terugkeer naar werk. Het boek is bedoeld voor (familie van) personen die binnenkort een heup- of knieprothese krijgen of er al één hebben. Ook is het een goede informatiebron voor (para)medici.

    Een nieuwe heup of knie gaat verder dan de gebruikelijke patiëntenvoorlichting. Zo leest u over artrose, de gewrichtsvervangende operatie, de revalidatie, oefeningen die thuis gedaan kunnen worden, seksuele activiteit, terugkeer naar het werk en het belang van lichamelijke en sportieve activiteiten. Dat laatste is extra belangrijk voor mensen met een heup- of knieprothese. De prothese groeit namelijk beter vast en het valrisico vermindert. Ook leest u over de zaken waar rekening mee gehouden moet worden bij fysieke inspanning: bewegingsbeperkingen en slijtage, bijvoorbeeld. En over de invloed van gezonde voeding en overgewicht op de levensduur van de prothese.

    De onderwerpen in dit boek zijn gekozen op basis van vragen en opmerkingen van mensen die zelf een prothese krijgen of hebben. De voorbeelden komen uit de praktijk en de concrete adviezen sluiten daar naadloos op aan.

    Een nieuwe heup of knie is geschreven door een multidisciplinaire groep deskundigen, zodat alle aspecten waar de patiënt mee te maken krijgt, behandeld worden.

  • Dit boek helpt professionals in het sociaal domein om vorm te geven aan de digitale transitie, en om hun functie eigentijds in te vullen. Het laat zien waarom digitale technologie ook in het sociaal domein essentieel is. En legt tegelijk de vinger op de zere plek: nog lang niet overal is men daar serieus mee bezig. Het boek richt zich op studenten, professionals, leidinggevenden, bestuurders en beslissers in zorg en welzijn.Digivaardig sociaal werk, Handboek voor de digitale transitie is opgebouwd uit voorbeelden en vraagstukken uit de praktijk. Deze zijn aangedragen door professionals en organisaties uit het sociaal domein. Het boek is een wake-upcall en laat zien dat alleen digivaardige professionals mensen kunnen helpen die moeilijk meekomen in de steeds verder digitaliserende maatschappij. Het laat zien wat er al mogelijk is en al gedaan wordt, op een praktische, inzichtelijke manier.Hans Versteegh is adviseur, trainer en auteur over digitale transitie en social media in het sociaal domein. Hij heeft meer dan 25 jaar ervaring als sociaal werker en opbouwwerker. Sinds 2011 geeft hij lezingen, workshops en trainingen. Inmiddels heeft hij al duizenden collega's geïnspireerd en geholpen digitale technologie toe te passen. 

  • Dit boek biedt een praktische en volledige beschrijving van imaginaire rescripting als behandelmethode voor diverse klachten. Op overzichtelijke wijze wordt beschreven hoe de techniek toegepast kan worden in de behandeling van persoonlijkheidsproblematiek of als op zichzelf staande behandeling van angst- en stemmingsklachten. Daarnaast worden diverse specialistische toepassingsgebieden besproken zoals het gebruik van imaginaire rescripting bij nachtmerries, eetstoornissen dwangstoornis etc. Dit boek is een onmisbaar handboek voor therapeuten die deze techniek willen leren maar biedt door zijn volledigheid ook een mogelijkheid om reeds bestaande kennis en vaardigheden verder uit te breiden.

     

    Het boek beschrijft de verschillende fasen van de techniek. Beschreven wordt hoe een imaginatie-oefening kan worden gebruikt in de diagnostiekfase, hoe de therapeut beelden rescript tijdens de beginfase van de behandeling en hoe de cliënt leert zelf betekenisvolle beelden uit het verleden te herschrijven. Tenslotte wordt ook beschreven hoe imaginaire rescripting een methode kan zijn om de cliënt voor te bereiden op toekomstige triggersituaties.

     

    Iedere stap wordt toegelicht met overzichtelijke praktijkvoorbeelden. Daarnaast wordt ingegaan op diverse uitdagende situaties die clinici in de praktijk tegenkomen zoals cliënten die zeggen geen beelden te hebben, die worstelen met schuldgevoelens tijdens de rescripting, die zich kritisch uitlaten over de oefeningen en vele andere probleemsituaties.

     

    Remco van der Wijngaart is psychotherapeut en gezondheidszorgpsycholoog. Hij is meer dan 20 jaar werkzaam geweest op een academische afdeling van een ambulante geestelijke gezondheidszorginstelling waar hij opgeleid is in cognitieve gedragstherapie en schematherapie waarbij imaginaire rescripting een veelgebruikte interventie is. Momenteel is hij werkzaam in een zelfstandige praktijk voor psychotherapie. 
     

  • De zorgsector verandert en digitaliseert; de zorgverlening moet anders worden georganiseerd om ook in de toekomst betaalbaar te blijven. Er zijn nieuwe behandeltechnieken en -mogelijkheden en de rol van de patiënt wijzigt. Welke vaardigheden vraagt dit van de arts en andere zorgverleners?  Dit boek biedt een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen van de digitalisering in de zorg voor zorgprofessionals, beleidsmakers en patiënten. Het geeft handvatten om met de veranderde processen om te gaan, maar plaatst deze veranderingen ook in een perspectief.

    Het boek behandelt verschillende zorgberoepen in digitaal perspectief: de huisarts, ggz-professional, verpleegkundige, fysiotherapeut en het onderwijs. Daarnaast is er aandacht voor de randvoorwaarden van digitalisering, op het gebied van informatie-uitwisseling. Uiteraard kijken de auteurs ook naar de zorg in de nabije toekomst. Thema's als value based health care, big data en artificial intelligence worden besproken, met de nadruk op toepasbaarheid in de klinische praktijk. In het laatste deel reflecteren de auteurs op ethische dilemma's. 

    Iris Verberk-Jonkers (internist-nefroloog en CMIO van het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam) en Felix Kreier (kinderarts en CMIO van het OLVG in Amsterdam) zijn de redacteuren. Verschillende zorgprofessionals werkten mee aan het boek.

  • Dit boek geeft een helder overzicht van de diagnostiek en behandeling van veelvoorkomende mondslijmvliesafwijkingen. Het is bedoeld voor gebruik in de dagelijkse praktijk, maar is ook zeer geschikt als naslagwerk. Het richt zich  op een breed scala aan gezondheidsprofessionals, zoals mondhygiënisten, tandartsen, mond-, kaak- en aangezichtschirurgen, dermatologen en  keel-, neus- en oorartsen.

    Mondslijmvliesafwijkingen, handboek voor de praktijk is ingedeeld op basis van de klinische presentatie van de afwijkingen. Zo zijn  er verschillende hoofdstukken voor overwegend witte, wit-rode en rode afwijkingen. En zijn er hoofdstukken die gewijd zijn aan afwijkingen die zich voordoen op het tandvlees, de tong of de lippen. Het inleidende hoofdstuk gaat in op de vraag wanneer en hoe te verwijzen naar een meer deskundige specialist, en hoe de patiënt daarin betrokken kan worden.

    Isaäc van der Waal werd in 1979 hoogleraar in de Orale Pathologie aan de Vrije Universiteit. Van 1989 tot 2011 was hij hoofd van de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het VUmc/ACTA.  Hij droeg bij aan ruim 400 wetenschappelijke publicaties en schreef verschillende leerboeken en atlassen op het gebied van mond- en kaakaandoeningen.

     


  • Artsen houden van hun vak. Het geeft veel voldoening om contact te hebben met mensenen een verschil te kunnen maken.Het is ook een moeilijk vak. Veel artsen worstelen. De werkdruk wordt steeds hoger. De eisen van overheid en verzekeraars en ook patiënten nemen toe. In combinatie met een zorgzame, hardwerkende en perfectionistische houding van de dokter leidt dit tot stress en soms zelfs burnout.Vrouwelijke artsen treft dit vaak nog wat harder, omdat zij over het algemeen meer enbeter voor anderen zorgen dan voor zichzelf.Hoe blijf je als vrouwelijke arts overeind? Hoe zorg je dat je stevig in je schoenen staat enmakkelijk terugveert in lastige situaties? Hoe houd je plezier in je werk en ben je de bestedokter die je kunt zijn? Hoe zorg je goed voor jezelf terwijl je voor anderen zorgt? Kortom;hoe ontwikkel je veerkracht?

  • Dit boek geeft therapeuten uitleg over de behandeling van jongeren met obesitas door cognitieve gedragstherapie. Het doel van de behandeling is een duurzaam gezonde leefstijl voor het hele gezin. Het protocol is geschreven als groepsbehandeling, maar kan ook individueel worden gebruikt. Het boek is bedoeld voor therapeuten, psychologen en psychiaters in en buiten de kinder- en jeugdpsychiatrie.Cognitieve gedragstherapie bij (LVB-)jongeren met obesitas (van 15 tot 23 jaar) bestaat uit twee delen. Het eerste deel is de theoretische onderbouwing van de behandeling. Dit deel bevat wetenschappelijke inzichten en pragmatische aspecten van de diagnostiek en behandeling van obesitas bij jongeren. Het tweede deel bestaat uit een praktische handleiding voor de behandeling: achttien bijeenkomsten en vier boosterbijeenkomsten, die concreet worden uitgewerkt. Daarnaast worden vier ouderbijeenkomsten beschreven. In de behandeling staan cognitieve gedragstherapie, systeemtherapie en positieve psychologie centraal. Het boek bevat ook werkvormen voor psychomotorische therapie.
    Bij de handleiding hoort het werkboek voor jongeren, Baas over obesitas. Hierin staan duidelijke uitleg, aantrekkelijke werkvormen en handige registratielijsten. Door het concrete werkboek en de opbouw van de bijeenkomsten, is het protocol ook geschikt voor jongeren met een licht verstandelijke beperking.
    Cognitieve gedragstherapie bij (LVB-)jongeren met obesitas is geschreven door Leonie van Ginkel, gezondheidszorgpsycholoog, cognitief gedragstherapeut en supervisor VGCt, en Sjoukje Adema, cognitief gedragstherapeutisch werker VGCt.

  • In dit boek wordt het protocol Slaaptraining voor jongeren uitgelegd. Het protocol is gebaseerd op cognitieve gedragstherapie (CGT) en motiverende gespreksvoering. Het boek is bedoeld voor hulpverleners die jongeren (12-19 jaar) behandelen met slaapproblemen, ook als er daarnaast sprake is van andere psychische problematiek. 
    Slaapproblemen hebben invloed op het dagelijkse functioneren en kunnen psychische problemen veroorzaken of verergeren. Daarnaast kunnen slaapproblemen een belemmering zijn voor de behandeling en het herstel van andere psychische problemen. In Slaaptraining voor jongeren op basis van CGT en motiverende gespreksvoering geven de auteurs aan dat veel jongeren graag beter zouden willen slapen, maar het toch moeilijk vinden om hun slaapgedrag aan te passen. Daarom is motiverende gespreksvoering een belangrijk onderdeel van het protocol; om hun motivatie voor verandering te onderzoeken en - waar mogelijk - te vergroten. 
    Jongeren kunnen tijdens de behandeling samen met hun hulpverlener aan de slag met het bijbehorende werkboek Mijn Slaap Plan.
    Slaaptraining voor jongeren op basis van CGT en motiverende gespreksvoering is geschreven door Marije Kuin en Bianca Boyer. Marije is GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut bij Psychologenpraktijk Kuin, Bianca is GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut bij Psychologenpraktijk Kuin en docent/onderzoeker bij de Universiteit van Amsterdam.

  • Dit boek biedt professionals, studenten en andere geïnteresseerden een uniek overzicht van onderzoek naar de ontwikkeling van jonge mensen van 12 tot 25 jaar.

  • Dit boek zet aan tot reflectie en gesprekken over thema's en dilemma's in de zorg. Het is geschreven voor iedereen die in de zorg wil gaan werken of al werkzaam is. 
    Cruciaal bij de ontwikkeling van professionaliteit in de zorg is reflecteren op je eigen denken, doen en laten. Dit boek wil studenten en (pas afgestudeerde) professionals hierbij helpen. Het bevat een reeks actuele betogen over (para)medische onderwerpen die helpen om antwoorden te formuleren op vragen als: Wat betekent professioneel zijn voor mij? Wat is goede zorg? Wat laat ik van mezelf zien in mijn werk? Hoe blijf ik bezield, ondanks de hoge werkdruk? Hoe werk ik goed samen met collega's? Hoe ga ik om met conflicten op de werkvloer? Wat moet ik doen als er iets fout gaat? Ook maatschappelijke onderwerpen als medicalisering, de relatie met de farmaceutische industrie, digitalisering en de groeiende invloed van medische technologie komen aan bod. De hoofdstukken zijn zeer geschikt om te gebruiken in werkgroepen, bij intervisiebijeenkomsten of op refereeravonden.
    De redactie, zelf werkzaam in het medisch onderwijs, selecteerde dertig relevante onderwerpen. De bijdragen in dit boek komen van ervaren artsen, docenten aan vele universiteiten of aanverwante opleidingen, beleidsmakers en politici.  Zo is een gevarieerd boek ontstaan dat prikkelt, uitdaagt en hier en daar provoceert. Het helpt jonge zorgverleners bij de ontwikkeling van hun persoonlijke én professionele identiteit.

  • Dit boek helpt professionals in het sociaal domein om cliënten met chronische stress beter te ondersteunen. Ook is het boek geschikt voor managers, (dienst)directeuren en voor studenten Social Work, MWD, SJD en SPH. 

    Stress-sensitief werken in het sociaal domein. Inzichten en praktische handvatten voor hulp- en dienstverleners beschrijft hoe chronische stress denken en gedrag ontregelt. In een theoretische inleiding wordt toegelicht hoe het komt dat mensen die in chronische stress leven vaker afspraken vergeten, niet vanzelfsprekend in actie komen en meer moeite hebben hun emoties en verlangens te reguleren. Er wordt uitgelegd hoe het komt dat chronische stress mensen lijkt te gijzelen in hun problematiek. Aan de hand van praktische casuïstiek wordt uitgewerkt wat deze inzichten betekenen voor de publieke hulp- en dienstverlening op terreinen als de re-integratie, jeugdhulpverlening, thuisbegeleiding, schuldhulpverlening, wijkteams en het maatschappelijk werk.Het boek laat zien wat de inzichten betekenen voor bijvoorbeeld de inrichting van ontmoetingsruimten, schriftelijke communicatie en gespreksvoering. Ook vindt u informatie over de waarde van het geven van beloningen, psycho-educatie over stress en instrumenten die cliënten kunnen helpen om (lange)termijndoelen te stellen en die doelen te bereiken. Naast beschrijvingen over de mogelijkheden om de hulp- en dienstverlening effectiever in te richten, krijgt u praktische tips om direct mee aan de slag te gaan. 

    De redactie van het boek wordt gevormd door Nadja Jungmann, lector Schulden en Incasso aan de Hogeschool Utrecht en trainer bij Social Force, Peter Wesdorp, trainer en adviseur bij WhatWorks en specialist op het terrein van de sociale zekerheid en Tamara Madern, lector Schuldpreventie en Vroegsignalering aan eveneens de Hogeschool Utrecht en zelfstandig adviseur en trainer.

empty